Monumenten

Op deze pagina worden tien uitgangspunten benoemd die aangeven hoe we in Venlo om willen gaan met onze monumenten en met het beschermde gezicht. Deze uitgangspunten gelden als algemeen kader bij de beoordeling van restauraties en wijzigingen aan monumenten en aanpassingen in het beschermde gezicht. Voor eigenaren en gebruikers, die initiatieven ontwikkelen voor hun monumenten, dienen de uitgangspunten als criterium, ontwerpkader en inspiratiebron.

  1. Erfgoed is van maatschappelijk belang
  2. Levende monumenten veranderen
  3. De monumentale waarden zijn een belangrijke onderlegger voor het plan
  4. Behoud gaat voor vernieuwen
  5. Respecteer de voortgaande geschiedenis van bouw en gebruik
  6. Bewaar en versterk de relatie tussen het monument en zijn omgeving
  7. Respecteer de stijl en structuur van het monument
  8. Behoud waardevolle constructies, materialen, kleuren en details
  9. In een monument kunnen we comfortabel en duurzaam wonen en werken
  10. Een monument vraagt om kwaliteit

Erfgoed is van maatschappelijk belang

Iedere inwoner van Venlo heeft wel een bepaalde binding met zijn leefomgeving. In de beleving en waardering van onze leefomgeving speelt erfgoed vaak een grote rol. De manier waarop we kijken naar ons erfgoed is echter voor iedereen verschillend. Historici zien tastbare sporen van de wijze waarop onze voorouders het dagelijks leven vorm gaven. Architecten waarderen bouwwerken om het interessante en inspirerende ontwerp. Voor veel mensen zijn ze simpelweg vertrouwde ijkpunten in hun bestaan. Het is dan ook in het belang van ons allemaal dat deze ijkpunten worden gerespecteerd. Daarom kan het Rijk of de gemeente Venlo besluiten om een gebouw of gebied een beschermde status toe te kennen. We spreken dan over een rijksmonument of een gemeentelijk monument. De diversiteit binnen deze categorieën is groot. Het monumentenbestand loopt uiteen van kerken en kloosters tot woonhuizen, bedrijfsgebouwen en vestingwerken. Essentieel is dat erfgoed beleefbaar is en actief wordt gebruikt en benut.

Levende monumenten veranderen

Het voortbestaan van beschermde monumenten is het beste gewaarborgd door regelmatig onderhoud en gebruik. Om dat te stimuleren worden eigenaren van beschermde monumenten financieel tegemoet gekomen. In de Monumentenwet van 1988 en de erfgoedverordening van Venlo zijn spelregels vastgelegd die gelden voor de omgang met beschermde monumenten. Wanneer de eigenaar zijn monument wil restaureren of verbouwen, moet hiervoor een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘wijzigen monument’ worden aangevraagd bij de gemeente. Het komt steeds vaker voor dat een monument niet meer gebruikt kan worden voor zijn oorspronkelijke functie. Om het van een vitale toekomst te verzekeren, is het vinden van een passende herbestemming noodzakelijk. De gemeente Venlo wil herbestemming van erfgoed bevorderen. In de meeste gevallen is het nodig om het monument aan te passen of te verbouwen. Bij herbestemming zal steeds gezocht moeten worden naar een goede balans tussen de mogelijkheden van het monument en de wensen voor eigentijds gebruik.

De monumentale waarden zijn een belangrijke onderlegger voor het plan

De kloosters van Steyl, de middeleeuwse Schanstoren van Arcen, een typisch dubbelhuis uit de Middeleeuwen in de Venlose binnenstad: ieder historisch bouwwerk vertelt zijn eigen verhaal, heeft zijn eigen bouw- en gebruiksgeschiedenis en bijzondere kenmerken. Voordat een bouwplan voor wijziging van een monument wordt gemaakt, is het belangrijk dat er een goed beeld bestaat van de aspecten die juist dat monument waardevol maken. Alleen op basis hiervan kan bij plannen het benodigde maatwerk worden geleverd. Een eerste bron voor het achterhalen van de waarde is de zogenaamde monumentbeschrijving, die van ieder beschermd monument is gemaakt. Deze beschrijving is vooral juridisch bedoeld en geeft vaak niet voldoende informatie over de specifieke waarden om een verantwoord plan te kunnen maken. Nader onderzoek naar de bouwkundige, (bouw)historische, kunst- en architectuurhistorische, cultuurhistorische of technische aspecten van het monument is in veel gevallen nodig. De gegevens uit de redengevende beschrijving en het aanvullende onderzoek dat eventueel wordt uitgevoerd, vormen een belangrijke onderlegger bij het opstellen van plannen. Bij de beoordeling van de plannen zal worden getoetst of de monumentale aspecten van het erfgoed in voldoende mate worden gerespecteerd.

Behoud gaat voor vernieuwen

Een algemeen uitgangspunt bij het omgaan met monument is: behoud gaat voor vernieuwen. Bijvoorbeeld bij het uitvoeren van onderhoud is dit uitgangspunt van groot belang. Het behoud van het monument, en van alle bijbehorende onderdelen van dat monument, heeft altijd de voorkeur boven vernieuwing, al is herstel of vervanging van onderdelen van tijd tot tijd noodzakelijk. Bij vernieuwing gaat er onherroepelijk historisch materiaal verloren. Het is een beslissing die maar één maal genomen kan worden. Moet er toch iets worden gewijzigd of vernieuwd, dan is het huidige beschermde monument — de optelsom van ontwerp, hoofdvorm, materiaal, uitvoering en details — het uitgangspunt. Dat is immers het geheel dat om weloverwogen redenen op de monumentenlijst is geplaatst en/of in het bestemmingsplan is opgenomen. Bij wijzigingen draait het telkens om het vinden van een goede balans tussen de wensen van de gebruiker en de mogelijkheden die het monument biedt.

Respecteer de voortgaande geschiedenis van bouw en gebruik

Slechts weinig monumenten zijn sinds de bouw of aanleg geheel onveranderd gebleven. De aanpassingen die in de loop van de tijd zijn gedaan horen bij de geschiedenis van het monument. Hoewel sommige wijzigingen wellicht onlogisch lijken, of misschien zelfs detoneren ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp van het monument, zeggen deze aanpassingen altijd iets over maatschappelijke en functionele ontwikkelingen. De wijzigingen kunnen dan ook waardevol zijn vanuit architectonisch, landschappelijk, of bouw- en cultuurhistorisch oogpunt. In het verleden werden monumenten vaak vrij drastisch verbouwd en gerestaureerd. Of soms zelfs: volledig gereconstrueerd. Enkele decennia geleden werd deze aanpak steeds meer bekritiseerd. Er kwam belangstelling voor de opeenvolgende historische ‘lagen’ die monumenten laten zien. Ook ontstond steeds meer aandacht voor het authentieke bouwmateriaal, de constructieve aspecten en het oorspronkelijke interieur van monumenten. Tegenwoordig wordt alleen nog in uitzonderlijke gevallen en op kleine schaal, voor reconstructie gekozen. Bij nieuwe toevoegingen wordt vaak geadviseerd deze op een eigentijdse manier vorm te geven. Zo blijft de bouwgeschiedenis voor volgende generaties duidelijk. Een rijke bouw- en gebruiksgeschiedenis maakt monumenten interessant.

Bewaar en versterk de relatie tussen het monument en zijn omgeving

Ligt het monument in de Venlose binnenstad, in het kloosterdorp Steyl, in de buurtschap Schandelo, in de historische kern van Arcen of in Oud-Tegelen? De situering van een monument, de opbouw van het landschap of het stratenpatroon eromheen: het zijn allemaal factoren die het monument inbedden in zijn specifieke context en van invloed zijn geweest op de bouwgeschiedenis van het monument. De geografische en maatschappelijke context zegt vaak iets over de functie, het type en de uitstraling van het monument. Zo is bijvoorbeeld de middeleeuwse Gasthuisstraat in de binnenstad al eeuwenlang een voorname straat; de huizen zijn hier hoog en hebben gedecoreerde gevels. In de Jodenstraat uit de wederopbouwperiode daarentegen zijn de huizen kleiner en met sobere, subtiele details gedecoreerd. Het is van belang dat bij wijzigingen wordt aangesloten bij de specifieke karakteristieken van de omgeving.

Respecteer de stijl en structuur van het monument

Monumenten hebben vaak een vanzelfsprekende opbouw en indeling. Die kenmerkende structuur is veelal te herleiden tot de oorspronkelijke functie en is afleesbaar aan de verschijningsvorm van zowel het exterieur als het interieur. Zo heeft een traditioneel stadswoonhuis de voorgevel aan de straatzijde. Dat is de belangrijkste gevel, met een voordeur en vaak grote ramen. Daaraan is dan ook vanouds de meeste aandacht en het meeste geld besteed. Bij pakhuizen en andere gebouwen met een opslagfunctie zijn de gevels juist gesloten. De interne structuur van een monument vertelt ons veel over het gebruik. In een boerderij hadden de verschillende aspecten van het agrarische leven een eigen plek. In het voorhuis werd gewoond, en in het achterhuis werd het vee gehouden en het hooi opgeslagen. Interieuronderdelen bevinden zich dus in het voorhuis van een boerderij en niet in het achterhuis. De toegepaste bouwstijl vormt eveneens een belangrijk onderdeel van het karakter en de uitstraling van het monument. En daarmee van de waarde van het monument. Een bouwstijl is herkenbaar in het ontwerp van de hoofdvorm, de plattegrond, de indeling van de gevels, de gebruikte materialen, de toegepaste afwerking en de vormgeving van details en decoraties.

Behoud waardevolle constructies, materialen, kleuren en details

Het bijzondere van monumenten wordt in hoge mate bepaald door de zichtbare ouderdom en de daadwerkelijke beleving van die ouderdom. Deze komen niet alleen tot uitdrukking in de bouwstijl, maar ook in de manier waarop materialen zijn verwerkt en de wijze waarop ze verouderen. Zo straalt het industrieel-ambachtelijke Kranenbreukershuis uit 1767 in Tegelen functionele eenvoud uit, terwijl de imposante gevel van Huis Schreurs uit 1588 in de binnenstad rijkdom en verfijning ademt. Behoud van historisch bouwmateriaal is een belangrijk punt. Een ander essentieel aspect is de wijze waarop onze monumenten zijn gebouwd: hoe de constructie in elkaar steekt en hoe details en afwerking zijn uitgevoerd. Deze aspecten vertellen namelijk over de tijd waarin het monument gebouwd is, de plek waar het staat, de functie die het had. Ook krijgen we bij de bestudering van constructies, materialen en afwerkingen een beeld van het technisch vakmanschap van onze voorouders. Constructie, materiaal, afwerking en detail bepalen de fysieke ouderdom van het monument en zijn essentieel voor de monumentale waarde.

In een monument kunnen we comfortabel en duurzaam wonen en werken

Een monument is van oorsprong een duurzaam gebouw. Het bouwwerk staat er al decennia of zelfs eeuwen en heeft daarom wat betreft materialen en bruikbaarheid inmiddels zijn duurzaamheid bewezen. Op het gebied van energiezuinigheid, isolatie en comfort valt er soms echter het nodige te verbeteren. Omdat we ook in een monument op een verantwoorde en comfortabele wijze moeten kunnen wonen en werken is de gemeente Venlo bereid om mee te denken over oplossingen op dit gebied. Een monument is echter anders dan een nieuwbouwwoning en vraagt om een specifieke behandeling. Het gebouw heeft tijdenlang een eigen vocht- en temperatuurhuishouding gehad. Wanneer we opeens deze bouwfysische gesteldheid wijzigen kan dit nare gevolgen hebben, zoals vochtproblemen, schimmelvorming en houtrot. Ook moet rekening worden gehouden met de monumentale waarden van het pand. Zo is bijvoorbeeld het aanbrengen van dubbelglas in sommige gevallen niet mogelijk. Een goede oplossing kan soms worden gevonden in het plaatsen van isolerende voorzetramen aan de binnenzijde. Als dit ook niet mogelijk of niet wenselijk is, moet worden gezocht naar alternatieven. Of het mogelijk is om zonnecollectoren te plaatsen zal per geval moeten worden bekeken. Uitgangspunt is in ieder geval dat de zonnecollectoren niet zichtbaar mogen zijn vanaf het openbaar gebied. Daarnaast mogen de collectoren geen blijvende fysieke schade aan het monument opleveren of van negatieve invloed zijn op de beeldkwaliteit in algemene zin.

Een monument vraagt om kwaliteit

Monumenten zijn van ons allemaal. De gemeente Venlo wil zorgvuldig en weloverwogen omgaan met de waardevolle erfenis uit het verleden en doorgeven aan volgende generaties. Uit de vele enthousiaste eigenaren en historische verenigingen die de gemeente Venlo rijk is blijkt wel dat velen zich hiervoor sterk maken. Een eigenaar kan vaak niet alle werkzaamheden aan zijn monument zelf uitvoeren. Het onderhouden, restaureren en eventueel aanpassen van een monument vraagt in veel gevallen om specifieke kennis en vaardigheden. Een goed plan voor de aanpassing van een monument kan het best worden gemaakt door een architect met ervaring op het gebied van erfgoed. Ook de overheid en onafhankelijke instellingen dragen hun steentje bij aan het behoud van onze monumenten. Belangrijk is de medewerking en het cultuurhistorisch besef van de eigenaar, die woont en werkt in een monument.