Cradle to Cradle

Klimaatverandering en het schaarser worden van grondstoffen en fossiele brandstoffen stellen wereldwijd steeds meer eisen aan de gebouwde omgeving. Een radicale systeemverandering is daarom essentieel en Venlo geeft daar invulling aan door het omarmen van Cradle to Cradle (C2C) als ontwerpprincipe. C2C zit in de genen van de stad, is onderdeel van het imago en is als verdienmodel een belangrijke motor in de economische ontwikkeling van de stad.

De welstandsnota geeft invulling aan de kernkwaliteiten en de ruimtelijke kwaliteiten van Venlo, waarbij de gemeente in de niet-welstandsvrije gebieden kan sturen op de uiterlijke verschijningsvorm van gebouwen. Daarbij is het van belang dat niet alleen wordt gestuurd op behoud en conservering van de bestaande kwaliteiten, maar dat ook wordt gestuurd op het toevoegen van kwaliteiten die bijdragen aan het imago van de stad en de functies die wij van de stad verlangen. C2C vormt daarin een belangrijk onderdeel.

Op het gebied van de bebouwde omgeving heeft de Cradle to Cradle benadering de potentie om waarde toe te voegen aan de uiterlijke verschijningsvorm, de materialisatie en het verbeteren van de kwaliteit van lucht, water, bodem en energie. Gebouwen zullen steeds minder traditioneel gebouwd (of verbouwd) worden en naast de "traditionele" functionaliteit die een gebouw heeft (plek om te wonen, winkelen, werken) zal van een gebouw ook steeds meer worden verlangd dat het extra functies in het systeem van de stad kan vervullen. Functies als materialenbank, als waterberger en waterzuiveraar, als luchtfilter, als energieopwekker, als koeltebrenger etc.

Venlo Principes

Venlo hanteert de "Venlo-Principes": de voor Venlo op maat gemaakte C2C-principes. C2C is in hoofdzaak een ontwerpprincipe en een innovatie platform voor holistische kwaliteit.

Daardoor is er een sterke relatie met bouw en vormgeving. C2C heeft als doel om meetbaar de kwaliteit van materialen, bodem, lucht en water te verbeteren, met enkel gebruik van hernieuwbare energie en om waarde toe te voegen voor de mens en omgeving. Door de sterke nadruk op kwaliteit en ontwerp, in combinatie met verdienmogelijkheden en marketing, is er bij C2C – in tegenstelling tot "klassieke duurzaamheid" - sprake van kwaliteit en overvloed. Juist een C2C geïnspireerd ontwerp zou daarom vanuit zichzelf moeten voldoen aan de redelijke eisen van welstand, met in het achterhoofd dat die eisen op het gebied van functionaliteit en gebruik zoals boven beschreven, in een andere context bezien moeten worden dan voorheen. Een C2C geïnspireerd ontwerp kan juist vanwege de aard van de C2C-principes geen "lelijke" of niet in de omgeving passende gebouwen opleveren. Een van de C2C-principes die Venlo hanteert, is "verbindt plaats en context". Vanuit dat principe kan een passende vormgeving worden geborgd. Bekijk het schema van de "Venlo-Principes". Hierin wordt toegelicht wat de relatie is met welstand.

Begrippen die vanuit C2C belangrijk kunnen zijn in relatie tot welstand:

  • Demontabel, aanpasbaar en flexibel bouwen
  • Gezonde materialen
  • Andere dimensies en proporties in gevelvlakken en daken (schaal en maatverhoudingen)
  • Optimale oriëntaties van gevels en daken
  • Meerwaarde die het gebouw levert aan de mens en omgeving
  • In welke mate het gebouw bijdraagt aan de Cradle to Cradle ambities van de gemeente Venlo

Bekijk de relatie tussen C2C en redelijke eisen van welstand

Dit zijn allemaal zaken die bij de beoordeling van een ontwerp op welstandscriteria worden meegewogen. Vormgeving komt steeds meer in het teken te staan van de aanvullende functies en kwaliteiten die van een gebouw verlangd worden (verbreding van het gebruik). Denk aan het toepassen van zonnepanelen, zonnegevels, groene gevels en daken, Cradle to Cradle materialen, maar ook geveldoorsnijdingen die nodig zijn om gebouwen later te kunnen aanpassen (solids), of later te kunnen demonteren waarbij de grondstoffen of bouwmaterialen zonder kwaliteitsverlies - al dan niet na behandeling - opnieuw elders kunnen worden ingezet zonder het verlies van kostbare grondstoffen.

Zowel voor de ontwerpers als voor de beoordelaars vergt dit een verandering in het denken. Van de ontwerpers wordt gevraagd om een gebouw te realiseren dat meerwaarde biedt vanuit de Cradle to Cradle ambities van de stad. Van de beoordelaars wordt gevraagd om een ruime blik te hebben en om ruimte te geven aan nieuwe mogelijkheden en anderen te enthousiasmeren voor Cradle to Cradle oplossingen. Tegelijkertijd is het nodig om de nieuwe kennis en inzichten – die vaak nog lang niet bij iedereen bekend zijn – actief uit te dragen en beschikbaar te stellen.

Gezonde materialen

Hieronder wordt verstaan dat de materialen zowel tijdens de ontginnings- en productiefase, de gebruiksfase en na de gebruiksfase geen belasting voor de mens of het milieu vormen, zowel t.a.v. chemische samenstelling als t.a.v. de manier waarop in elke fase is of wordt omgegaan met energie (alleen hernieuwbare energie) en afval. De minimumeisen waar aan bouwmaterialen moeten voldoen, zijn al via wet- en regelgeving en interne certificering geborgd. Vanuit C2C-perspectief is dit niet genoeg, aangezien deze eisen hoofdzakelijk betrekking hebben op gebruiksfase van het materiaal, niet over de productiefase of de fase na gebruik. Bovendien bevatten de eisen slechts minimumcriteria: de materialen bevatten nog steeds schadelijke stoffen die tijdens de gebruiksfase kunnen uitdampen (binnenmilieu) of uitlogen (bodem, water). De gemeente Venlo gaat met haar C2C-ambities een stap verder: het ultieme doel is dat de materialen in het geheel geen negatieve invloed op mens op milieu heeft, doordat hierover in de ontwerpfase van het materiaal goed is nagedacht.

Meerwaarde vanuit C2C-perspectief

C2C is een ontwerpprincipe, met kwaliteit als doel. Die kwaliteit wordt bereikt door ecologische, economische en sociale doelen met elkaar in verband te stellen en voor elke combinatie te zoeken naar meerwaarde. Het verschil met duurzaamheid is dat niet slechts in 1 keer wordt gezocht naar een optimale balans tussen de 3 (wat leidt tot een suboptimale oplossing waarbij economie meestal leidend is), maar dat wordt gezocht naar oplossingen die voor elke denkbare combinatie van die 3 thema’s tot meerwaarde leiden. Dit leidt vaak tot nieuwe inzichten, andere oplossingen en nieuwe business-kansen met meerwaarde op elk van de drie de thema’s.