Vogelhut

Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.

Welstandsniveau: 

regulier

Het beleid is gericht op versterking van de herkenbaarheid en doorontwikkeling van het waardevolle beeld dat met name in de naoorlogse periode vorm kreeg.

Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De fraaie landschappelijke situatie van het gedeeltelijk beboste hoogterras werd begin jaren zestig van de twintigste eeuw alsnog benut voor de aanleg van een middenstandsbuurt met als karakter: riant wonen in het groen. Het karakteristieke stratenpatroon bestaat uit een klein en een groot ovaal met talrijke dwarsverbindingen (straten en woonpaden). De straten volgen de hoogtelijnen in het terrein. Het kleine ovaal is opgevat als een beboste groene pit. Talrijke bosstroken tussen de dwarsstraten en –paden verbinden die groene pit straalsgewijs met de bosrijke omgeving. Het bos dringt zo door tot in het hart van de buurt.

De bebouwing bestaat uit korte rijtjes eengezinswoningen van twee bouwlagen met flauw hellend dak. De rijtjes buigen of knikken mee met het stratenpatroon, zijn regelmatig geordend in een open strokenverkaveling en staan vrijwel allemaal met de voorgevel aan woonpaden langs de bosstroken. Het principe van woonpaden was destijds vernieuwend. Door die oriëntatie grenzen de achtertuinen direct aan de straat. Daar hebben ligusterhagen plaats gemaakt voor een grote variëteit aan erfscheidingen, met een rommelig straatbeeld als gevolg. Op enkele plekken is dat onlangs opgelost door de bouw van uniforme tuinmuren met bergingen in een donkere kleur baksteen. Het modernistische bebouwingsbeeld bestaat uit halfvrijstaande en rijtjes woningen van twee bouwlagen op rechthoekig grondplan, met wit geschilderde bakstenen gevels, onbeschilderde schoorstenen, doorgestoken gevels op de hoeken, lisenen als markering tussen de woningen en flauw hellende bitumen daken met overstek op klossen. Door de expressieve hoofdvormen en het lichte gevelbeeld steken de woningen fraai af tegen de groene omgeving. Dit hoofdthema is complexmatig in drie varianten uitgewerkt en in hoofdzaak herkenbaar aan de verschillende kapvormen (ingeknikt, zadel, lessenaar), de plek van de houten betimmering (borstwering, verdieping) en de verschijningsvorm van de hoofdentree (in zijwaartse uitbouw, met of zonder luifel). Het schilderwerk van de houten onderdelen contrasteert met de witte gevels (oorspronkelijke kleurstelling onbekend). De detaillering van het dakoverstek gaat veelal schuil achter een bekleding van Trespa. In de groene pit stonden oorspronkelijk drielaags galerijflats als lage pendant van de hoge galerijflats aan de Casinoweg en de Postweg. De drielaags flats zijn inmiddels vervangen door een gebogen rij, geschakelde woningen van twee bouwlagen met plat dak conform de gebiedskarakteristiek. Alleen het gevelbeeld in meerdere kleuren baksteen en de parkeervakken voorlangs de straat contrasteren sterk met de oudbouw.

De modernistische woningen met hun uniforme complexmatige karakter in drie varianten in combinatie met de waaiervormige strokenverkaveling en bospercelen maken van Vogelhut een waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo.