Stalberg (omgeving Casinoweg)

Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.

Welstandsniveau: 

regulier

Het beleid is gericht op behoud en versterking van het waardevolle beeld dat met name in de naoorlogse periode vorm kreeg.

Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De fraaie landschappelijke situatie van het gedeeltelijk beboste hoogterras werd in de jaren zestig van de twintigste eeuw alsnog benut voor de aanleg van een woonbuurt voor welgestelden met als karakter: riant wonen in het groen. De ruimtelijke hoofdstructuur bestaat uit een intern assenkruis van gebogen wijkontsluitingswegen: de Stalbergweg en de Karel van Egmondstraat. Ten noorden van de Stalbergweg overheerst het bos en beperkt de bebouwing zich tot linten langs de hoofdwegen. Ten zuiden van de Stalbergweg overheerst de bebouwing en beperkt het bos zich tot wigvormige stroken langs de wegen. De villaverkaveling bestaat overwegend uit vrijstaande, particulier en projectmatig tot stand gekomen woningen temidden van riante tuinen. Typologisch zijn drie varianten cq. deelgebieden te onderscheiden:

  • De Stalbergweg, Aan de Bronnen en het noordelijke deel van de Karel van Egmondstraat: in dit glooiende deel staan de grootste woningen op de ruimste kavels. Enkele straten liggen enigszins verdiept en worden begeleid door hagen. De woningen zijn één tot twee bouwlagen hoog soms met half verdiepte garages, hebben een samengesteld grondplan met plat dak of kap en staan veelal achter een in hoogte oplopende voortuin óf tegen de steile helling cq. bosrand. Het architectuurbeeld is overwegend licht van kleur en varieert stilistisch van traditionalistisch tot (post)modernistisch. De later bebouwde Aan de Bronnen heeft een donkerder kleurbeeld: geelbruine baksteen, donkerbruin houtwerk, betonpannen op samengestelde daken. Meer op zichzelf staat het complex Oostenrijkse woningen aan de Wijnbergstraat e.o.: donkerbruin geschilderde houten bouwpakket woningen van kort na de Tweede Wereldoorlog met wit geschilderde kozijnen en ramen, zadeldaken met rode pannen, dito vrijstaande garages en een onregelmatige situering achter voortuinen met ligusterhagen.
  • Klaproosweg e.o.: dichter bebouwd buurtje van drie gebogen straten met vrijstaande woningen van één tot anderhalve bouwlaag met overwegend zadeldaken en gesmoorde dakpannen en de nokrichting wisselend evenwijdig en haaks op de straat. De kleinere kavels zijn lommerrijk begroeid met heesters en coniferen. Het eenvoudige gevelbeeld wordt bepaald door licht metselwerk, grote ramen, verdiepte entrees, houten beschot, brede dakkapellen en markante schoorstenen. Het buurtje heeft een landelijke, informele uitstraling door de laanbeplanting, de gras- en grindbermen, de diepe omhaagde voortuinen met parkeervoorzieningen en de volgroeide bomen in de achtertuinen.
  • Orchideeweg e.o.: ladderstructuur van twee evenwijdige, gebogen langstraten (de ‘bomen’) met geschakelde bungalows aan één zijde en korte dwarsstraatjes (de ‘sporten’) met vrijstaande bungalows aan weerszijden. De langstraten hebben een formele uitstraling door de combinatie van laanbeplanting, groenstroken, trottoirs, omhaagde voortuinen en geschakelde woningen dicht op de straat. De dwarsstraten daarentegen danken hun informele uitstraling aan de bosstroken tussen de rijweg en de kavels (meer diffuse overgang tussen privé en openbaar). Het modernistische bebouwingsbeeld bestaat in hoofdzaak uit éénlaags bungalows op samengesteld grondplan met plat dak en een flankerende of half verdiepte garage. Bij de oudste bungalows contrasteert het wit geschilderde of gele metselwerk met de ongeschilderde donkere plint en de donker gekleurde boeiboorden. Bij de jongere bungalows is het witte gevelschilderwerk achterwege gebleven waardoor het kleurbeeld als geheel donkerder is en minder fris afsteekt tegen de groene omgeving. Bij de particuliere bouw in de dwarsstraten zit de variatie vooral in de vormen en formaten van de ramen alsmede in de toepassing van luifels en boeiboorden. Karakteristiek voor de projectmatige bouw aan de langstraten is de opdeling van de geschakelde bungalows in onderscheidende secties: transparante glaspuien, gesloten metselwerk en houten beschot met deuren.

Stalberg is een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat hier in de stedenbouwkundige opzet met gebogen straten en bosstroken alsmede in de architectonische eenheid in verscheidenheid optimaal gebruik is gemaakt van het geaccidenteerde en bosrijke karakter.