Rosarium (1930)

Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.

Welstandsniveau: 

bijzonder

Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit van het waardevolle stadsbeeld, met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor dit gebied kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie.

Gebiedskarakteristiek

De Rosariumbuurt bevindt zich aan de noordoostzijde van de binnenstad, in het gebied waar tot in de negentiende eeuw vestigwerken lagen. Na de ontmanteling van de vesting werd het gebied ingericht als kazerneterrein voor de Venlose huzaren. Na het vertrek van de huzaren in 1913 kwam het gebied vrij voor uitbreiding van de binnenstad, het zogenoemde Plan Schaap. Het wegenpatroon en de ruimtelijke structuur dateren uit de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Behalve woningen werden er een leeszaal (1927), het verenigingsgebouw Sint Jan (1927), de Duitse School (1930), het politiebureau (1928), de brandweerkazerne en de Gemeente-spaarbank (1929) gebouwd. Centraal is een rozentuin met vijver aangelegd, reden waarom de buurt ‘Rosarium’ wordt genoemd.

In de Rosariumbuurt bestaat de bebouwing vrijwel geheel uit individuele woningen, tot stand gekomen door verschillende opdrachtgevers en verschillende architecten. De samenhang in de architectuur wordt gevonden in de toepassing van dezelfde materialen (baksteen, keramische dakpannen en gestraalde betonelementen) in eenzelfde expressie (Amsterdamse School in combinatie met ‘de Stijl’). De bouwhoogte is nagenoeg overal twee lagen met een steile kap. De bebouwing aan de zijde van de Deken van Oppensingel kwam voor een belangrijk deel in de naoorlogse periode tot stand. Karakteristieke kenmerken zijn:

  • Het rustige evenwicht in de gevelcompositie: balans tussen de horizontale lijnen van de vensterreeksen/gootlijsten en de verticale lijnen van de vensterassen.
  • De ambachtelijke, overwegend eenvoudige baksteenarchitectuur met top- en lijstgevels en gesloten metselwerk waarin ramen en deuren als gaten zijn uitgespaard.
  • De houten kozijnen en ramen hebben veelal een traditionele opzet en indeling (draai- en schuiframen met roeden).
  • De generfde textuur en de verschillende tinten rood/bruin metselwerk, de wisselende metselverbanden en afwisselend voegwerk zorgen voor een levendig en ambachtelijk gevelbeeld.
  • Vrijwel elke gevel heeft bescheiden accenten of ingetogen versieringen die zich onopvallend in het gevelbeeld voegen, zoals smeedijzeren raamhekken, keramische tegels, siermetselwerk, natuurstenen accenten.

De Rosariumbuurt is cultuurhistorisch van belang vanwege de systematische aanpak van het stedenbouwkundig plan en de gaafheid en herkenbaarheid daarvan. De architectuur is van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van de individuele stadswoning waarin de veelheid en bijzonderheid van architectonische expressie tot uitdrukking gebracht. Verder is de architectuur van belang vanwege de grote rijkdom en diversiteit aan individuele bouwwerken, materiaalgebruik, detaillering en stedenbouwkundige accenten in de vorm van bijzondere hoekoplossingen. Karakteristiek zijn bijzondere details met betrekking tot gootlijsten, ornamenten en vensterkozijnen met karakteristieke roedeverdelingen.

Bronnen