Nijmeegseweg / Krefeldseweg

Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.

Welstandsniveau: 

bijzonder

Het welstandbeleid is gericht op instandhouding van en voortbouwen op het karakteristieke beeld uit de wederopbouwperiode.

Gebiedskarakteristiek

In de jaren vijftig en zestig is aan de noord-oostzijde van Venlo een nieuwe infrastructurele hoofdstructuur aangelegd, bestaande uit de Nijmeegseweg (randweg), de Krefeldseweg (uitvalsweg over het opgebroken tracé van de Köln-Mindener Bahn) en het Europaplein op de kruising (rotonde). Deze grootschalige op de groeiende automobiliteit afgestemde infrastructuur heeft een groene parkachtige zoom als ruimtelijke inbedding en aan de stadszijde een (middel)hoge bebouwingswand als stedelijke begeleiding. In de ontwikkeling van deze wand zijn drie fasen te onderscheiden, met grootschaligheid en collectiviteit als oplopende constanten.

Het oudste omstreeks 1955 opgetrokken deel ter plaatse van de Rembrandtstraat bestaat uit een langgerekte aaneengesloten wand van drie bouwlagen met beneden-bovenwoningen. De wand met voorlangs een eigen stoepje staat direct aan het trottoir en vormt een harde begrenzing tussen de groene zoom en de stad. In de lengterichting wordt de wand opgedeeld in secties doordat enkele entreepartijen iets terug zijn geplaatst. Zo wordt de massaliteit enigszins gereduceerd en de suggestie gewekt van een reeks losse woonblokjes. Het traditionalistische gevelbeeld wordt in hoofdzaak bepaald door gemetselde relatief gesloten gevels van roodbruine baksteen, muizentandlijsten en stroomlagen als decoratieve elementen, een ritmische herhaling van identieke ramen en deuren, een wit geschilderde derde bouwlaag die als horizontale band de gestrektheid van de totale wand accentueert en het zadeldak met gesmoorde pannen en houten bakgoten op klossen. De bordestrappen naar de gekoppelde voordeuren van de bovenwoningen zijn vernieuwd.

Het in de tweede helft van de jaren vijftig opgetrokken deel ter plaatse van de Gebr. Van Eykstraat en Frans Halsstraat bestaat uit een reeks portiekflats in een speels geknikte zaagtandverkaveling. De wand met voorlangs een eigen stoepje staat direct aan het trottoir en vormt een meer rafelige begrenzing tussen de groene zoom en de stad. De portiekflats hebben een souterrain en drie bouwlagen onder flauw hellend zadeldak. Het idee van de wand is versterkt door de intervallen op de hoeken dicht te zetten door vierlaags ‘torens’ met trappenhuis. In het gevelbeeld gaan traditionele en moderne elementen hand in hand. Traditioneel zijn de gemetselde, vrij gesloten gevels in roodbruine baksteen met een verticale geleding van afwisselend portieken, balkons en vensterassen. Modern en decoratief is de toepassing van prefab betonelementen voor puien, raamomlijstingen en balkons. Beeldbepalend is bovendien de plasticiteit van de gevels ter plaatse van de (inpandige) balkons in de kop- en langsgevels. De originele ramen zijn vervangen door kunststof exemplaren.

Het in de jaren zestig opgetrokken deel ter plaatse van de Jan Vermeerstraat (zie ook Venlo-oost, deelgebied Krefeldseweg) en de Krefeldseweg bestaat uit portiek- en galerijflats in een open verkaveling van gestempelde stroken en hoven. De wand heeft hier het karakter van een meanderend patroon van schijfvormige flats van verschillende lengtes in drie, zes en tien woonlagen op souterrains of garages. Het Europaplein wordt aan weerszijden van de Krefeldseweg gemarkeerd door hoogteaccenten, als ware het een stadspoort. De solitaire flats staan in de parkachtige zoom waardoor groen en bebouwing zijn geïntegreerd in een open stadsbeeld met gemeenschappelijke tuinen. De flats zijn uitgevoerd in een modernistische architectuur met een zakelijke uitstraling waarin de nadruk ligt op de collectiviteit van deze gestapelde woonvorm. Karakteristiek is het horizontale accent in de gevelopbouw: hetzij een afwisseling van betonnen banden en gemetselde stroken met vensters, dan wel een herhaling van uitkragende galerijen. Verdiepte portieken, loggia’s en uitkragende balkons verlenen de ‘dozen’ enige plasticiteit. De gevelkarakteristiek varieert van gesloten metselwerk tot transparante glaspuien. In vergelijking met de voorgaande periode is het kleurgebruik fris en licht: gelige baksteen, onbehandeld beton, blauw en wit. Ramen, puien en balkons zijn keurig geordend binnen een regelmatig gevelraster. Portieken en lifttorens ritmeren de straat.

De combinatie hoofdwegen, groene zoom en bebouwingswand ter plaatse van de Nijmeegseweg, Krefeldseweg en Europaplein betreft een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat het binnen één langgerekt stedenbouwkundig gebaar toont hoe het repertoire en de typologieën voor een stedelijke wand zich in korte tijd evolueerden.

Bronnen